Gevaarlijke stoffen

De deelcatalogus Gevaarlijke Stoffen richt zich vooral op het voorkomen van ongevallen, letsel of andere schade ten gevolge van gevaarlijke stoffen of blootstelling aan gevaarlijke stoffen. In alle bedrijven, dus ook in SW-bedrijven, wordt gewerkt met stoffen die vallen onder de definitie van gevaarlijke stoffen. Veel industriële processen, zoals montage, afbouw, druk en- schilderwerk, maar ook de agro-groencultuur, houtbewerking en metaalbewerking, maken gebruik van gevaarlijke stoffen of veroorzaken stoffen, die schadelijk kunnen zijn voor gezondheid en milieu. Vrijwel iedereen die werkzaam is in de SW-sector kan er mee in aanraking komen. Naar verhouding bevinden zich onder de SW populatie ook meer kwetsbare groepen. Deze kunnen bij blootstelling aan bepaalde stoffen of agentia een extra risico lopen. Voor SW-bedrijven zullen daarom toezicht op een juist gebruik en verwerking van gevaarlijke stoffen en het toepassen van de juiste persoonlijke beschermingsmaatregelen belangrijke directe beheersmaatregelen zijn. Deze deelcatalogus geeft een overzicht van relevante beheersingsniveaus en maatregelen.

Wettelijk kader

  1. Risico's inventariseren: Arbowet artikel 5, hoofdstuk 2, hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4.
  2. Voorkomen: Arbowet artikel 3, 4, en 5 hoofdstuk 2, Arbobesluit artikel 1.35 t/m 1.38 en artikel 1.40 t/m 1.42Arbobesluit hoofdstuk 4 en Arboregeling hoofdstuk 4.
  3. Beperken: Arbowet art. 3, 4 en 5 hoofdstuk 2, Arbowet artikel 16 hoofdstuk 3 en Arbobesluit hoofdstuk 4.
  4. Beheersen: Arbowet artikelen 4, 8 en 10 hoofdstuk 2, Arbobesluit artikel 4, Arboregeling hoofdstuk 4.
  5. Monitoren: Arbowet artikel 9 hoofdstuk 2, Arboregeling artikel 1.11, Arbowet artikel 18

Begrip gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen worden in de Arbowetgeving als volgt gedefinieerd: "Stoffen, mengsels of oplossingen van stoffen waaraan werknemers bij de arbeid worden of kunnen worden blootgesteld, die vanwege de eigenschappen van of de omstandigheden waaronder die stoffen, mengsels of oplossingen voorkomen, gevaar voor de veiligheid, gezondheid dan wel hinder kunnen opleveren" (Arbobesluit art. 4.1.a). Wat betreft de gevaarlijke stoffen waar u aan kunt denken in de SW-bedrijven geven we als voorbeeld de volgende soorten:

  • Kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen
  • Stof, vezels en uitlaatgassen met gevaarlijke eigenschappen
  • Lasrook
  • Ontvettingsmiddelen en metaalbewerkingsvloeistoffen
  • Verf, oplosmiddelen, lijm en kitten
  • Stoffen bij grafische processen (drukinkten, wasmiddel, oplosmiddel)
  • Schoonmaakmiddelen
  • Gewasbeschermingsmiddelen en biociden (bestrijdingsmiddelen)

Oorzaken van blootstelling aan gevaarlijke stoffen

De meest voorkomende oorzaken zijn:

  • Onvoldoende kennis van gevaarlijke stoffen.
  • Onvolledig register van gevaarlijke stoffen en de bijbehorende veiligheidsinformatiebladen.
  • Geen- of onvoldoende berekening van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
  • Onvoldoende instructie en/of opleiding voor het gebruik van gevaarlijke stoffen.
  • Gebruik van onvoldoende – en/of onjuiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Onvoldoende bewustzijn van de risico’s bij het gebruik van gevaarlijke stoffen.
  • Verkeerd gedrag bij het gebruik van gevaarlijke stoffen

 

 

Gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen

Onveilig gebruik van gevaarlijke stoffen kunnen ongevallen tot gevolg hebben. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan schade aan de gezondheid veroorzaken. Sommige stoffen zijn kankerverwekkend, andere kunnen schade aan de longen en hersenen tot gevolg hebben. De gezondheidsschade voor medewerkers kan groot en zelfs dodelijk zijn. Naar schatting overlijden jaarlijks in Nederland ruim 3.000 mensen door factoren op het werk, waarvan het overgrote deel wordt veroorzaakt door blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Aanpak risico’s in relatie tot gevaarlijke stoffen.

Bij de aanpak van risico’s in relatie tot gevaarlijke stoffen in SW bedrijven volgt u een stappenplan, dat er als volgt uitziet:

  • Inventariseren: Weten welke gevaarlijke stoffen bij welke processen voorkomen.
  • Prioriteren door te ordenen wat de meest- en wat de minder gevaarlijke stoffen of werkprocessen zijn.
  • Evalueren. Stap voor stap de blootstelling inschatten, te beginnen met producten met 'hoog risico' uit de vorige stap.
  • Maatregelen treffen op basis van de evaluatie.
  • Beheersen van de restrisico’s, bijvoorbeeld door goede werkinstructies en PBM’s.
  • Borging: Voorkomen dat naleving verslapt en te bereiken dat nieuwe inzichten worden toegepast, bijvoorbeeld als gevolg van wetswijzigingen of de stand van de techniek.